FietsenIn juni 1966 had ik mijn laatste examens Klassieke Filologie afgelegd aan de Leuvense universiteit. Ik was in die tijd ook chiroleider te Sint-Agatha-Berchem. Dat jaar had het kamp plaats in Felenne, een Waals dorpje aan de Franse grens, ten zuidwesten van Beauraing. Midden augustus vond ik dat het tijd werd om uit te kijken naar een betrekking in het onderwijs. De aanvang van het nieuwe schooljaar kwam stilaan dichterbij. Dus vertrok in enkele dagen voor het einde van het kamp naar huis.
Op een hete zomerdag fietste ik naar Zellik, waar ik toen woonde, meer dan honderd kilometer van onze kampplaats. De bedoeling was, dat ik die avond een fris bad zou nemen. De volgende dag zou ik enkele scholen bezoeken om te zien of ze daar een leraar Latijn konden gebruiken. In de late namiddag was ik bijna thuis. Nog vijf kilometer. Daar stond ik dan, vuil en bezweet en in korte broek aan de Basiliek van Koekelberg, op de hoek van de Keizer Karellaan voor een rood licht. Naast mij ging het raampje van een auto naar beneden en een pater vroeg de weg naar Zellik. Hij stopte mij een papiertje in de hand met het gezochte adres. Mijn naam en mijn adres stonden erop! Hij was op zoek naar een leraar Latijn voor het Sint-Janscollege in Meldert bij Hoegaarden. Mijn verbazing was groot. Ik was nog niet thuis of ik had al een betrekking!
Ik heb in dat college 35 jaar lang les gegeven. Die ontmoeting aan dat rood licht heb ik altijd een onwaarschijnlijk toeval gevonden.

Ingezonden door classicus Karel Carmeliet, Leuven.
12 oktober 2010.

Verschenen op de website op zaterdag 19 februari 2011.