In een handschrift uit het privé-archief van dr. H. Jacobs vond ik interessante gegevens over de dood van Marie Stevens uit Attenhoven. Ze werd per ongeluk door haar man Jan Roosen gedood (MS 1184). Het onderzoek op 21 juli 1672 omvat volgende punten.
1. Jan Roosen, vrijheer van Attenhoven, was 17 à 18 jaren getrouwd met Marie Stevens. Hij had bij haar zeven kinderen verwekt, nu nog in leven.
2. Hij en zijn huisvrouw leefden tijdens hun huwelijk eerlijk, zoals man en vrouw samen behoren te doen, in behoorlijcken peys ende vrede.
3. Tijdens hun huwelijk heeft Jan Roosen zijn huisvrouw nooit qualijck getracteert, gequets oft geslagen, uitgenomen alleen het onnosel ongeluck als tegens sijnen wille over eenige daegen haer overcomen is. Onnozel betekende in 1672 ‘onschuldig’.
4. Het gebeurde op zondag vóór acht dagen. Jan Roosen had een swaerachtighen steen in de hand, eenen cattsij steen ofte diergelijcken. Zonder argelist oft quaeden moede wierp Jan deze steen opwaarts. Deze vloog tegen de bruggen of balk van de poort van zijn winning in Attenhoven.
5. Marie Stevens, zijn huisvrouw zaliger, stond bij hem. De steen viel op haar hoofd, zodat zij deerlijk in haar hoofd werd gekwetst, tot grote droefheid van Jan Roosen. Hij had nooit gedacht om de steen naar haar te werpen, of dat de steen op haar hoofd zou vallen, of dat hij haar eenich hinder ofte lettsel daarmee zou aandoen.
6. Op hetzelfde ogenblik dat de steen op het hoofd van Marie Stevens was gevallen, heeft Jan zelf grootelijck gelamenteert. Hij nam de vrouw in zijn armen, protesterende dat hij op geen enkele manier had gedacht om haar te crincken oft te quettsen, met de steen die hij aldus soo onnoselijck van hem had geworpen.
7. Op het ogenblik dat de steen op haar hoofd was gevallen, verklaarde Marie Stevens openbaarlijk, dat dit haar onnoselijck was overkomen. Haar man, zei ze, had geen enkele wil gehad om haar te kwetsen.
8. Gedurende de tijd dat zij te bedde gekwetst heeft gelegen, tot het Heilig Oliesel toe, verklaarde zij met volle verstand voor schepenen van justitie, de pastoor en andere personen, dat de worp met de steen door haar man onnosel (onschuldig) was. Ook al besefte zij dat het een doodelycke quettsuere was met haar aanstaande dood in het vooruitzicht. Haar man had immers nooit eenigen quaeden moede tegen haar gehad om de dood te veroorzaken.
9. Hetzelfde heeft zij ook tegen diverse personen verklaard, zonder dat Jan Roosen haar man in de kamer aan haar bed aanwezig was.
10. Met volle verstand op haar bed liggende, waarop zij gestorven is, heeft Marie Stevens met solemnelen eede haar verklaringen bevestigd. Zij kreeg het oliesel en stierf aldus met deze verklaringen.
Als besluit lezen we op het einde, dat de dood van de huisvrouw van Jan Roosen onnosel was en dat voor Jan omni meliori modo recht moest worden gedaan.
[Letterlijk betekent omni meliori modo ‘op elke betere manier’, of meer algemeen ‘op alle mogelijke manieren’.]

