Site icoon Dr. fil. Paul Kempeneers

Sprokkel 445 – Voorwaarden voor de Molen van Dalem

In de “Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie” (2006, p. 99-350), verscheen mijn tekst over de gemeente Vissenaken onder de titel “Toponymie van Vissenaken. Een geschiedkundige en toponymische studie”. Het verscheen ook apart als Overdruk 10. Op de bladzijden 222 tot 224 schreef ik over de Watermolen van Dalem, die al rond 1380 bekend was als de Molen te Streek. Over dezelfde watermolen schreef ik twee sprokkels, genummerd 221 en 222, heruitgegeven in mijn twee delen “Sprokkels. Weetjes over Tienen en verre omgeving” (Tienen, 2021).

Het Manuscript nr. 1189 in de collectie van dr. Hans Jacobs geeft ons meer informatie over de eigenaar en de voorwaarden waaraan een huurder moest voldoen in het jaar 1744. Zo lezen we: Conditien ende voorwaerden achtervolgens die welcke Sieur Gilis Franciscus Cornelis cum suis (“met de zijnen”) publijckelijck op hoogen ende met uijtganck der Brandender keersse aen de meestbiedende verhueren sullen een seeckeren watermolen (met een boekweijmolen), hen indivies competerende met sijn toebehoorten, consisterende in huijsinge, stalle, schuere, hoff, boomgaert, Block, Bachuijs etcetera, gestaen ende gelegen tot Dalum onder Sint Peeters Visnaecken loopende ende gaende op de Reviere de Velpe.

Het hele pand grensde aan Mijnheer Vankeersbeeck in twee zijden en de straat naar Tienen aan de andere zijde. De verhuring zou gebeuren voor een termijn van drie eerstkomende jaren vanaf half maart van het toekomende jaar 1744. Het eerste jaarhuur was voorzien op half maart 1745, het tweede jaar op half [maart] 1746 en het derde en laatste op half maart 1747.

Vervolgens worden 24 voorwaarden opgesomd.

• De verhuring zal gebeuren in de munte gelijk die alhier in Brabant op de voorschreven termijn sal loop en cours hebben.

• Degene die den handtslagh van de voorschreven molen zal komen te nemen, zal daar op dadelijk moeten stellen ten minsten twee hoogen en verklaren  daer  mede voor noch ter tijdt nijt te scheijden aen een ander plaetsmaeckende om te hoogen alle  man even naer, waer van idere hooghe doen sal vier guldens. Drie guldens gaan daar van af ten profijte van de verhuurders en de resterende gulden tot profijt van de afgehooghde, welck recht van afhooghen men sal verhaelen op den huerder oft pachter ende niet op de verhuerders. Dies sal men hen behulp doen met dese Conditien onder behoorelijcken solaris.

• De voorschreven hoogen zullen deel maken van de huursom, zodat zij elk jaar aan de verhuurders zullen moeten betaald worden.

• De huurder of pachter zal de molen aan een ander, t’sij in deel oft geheel, niet mogen verhuren of overlaten, op pene van nullitijt van de selue overlaetinghe.

• De huurder zal sonder cortsel aan zijn huursom de molen (met de boekweimolen) moeten onderhouden van campraederen, Alphen met henne gestellen van zeelen ende voorts generalijcks van alle ruerende wercken, ende die sluijse van haere stalberderen ende stijperen. De andere onroerende werken zullen blijven ten laste van de verhuurders.

• De huurder zal ook de verckenstal moeten aanvaarden en ook onderhouden van troghen, solderinge, en plecken der wanden.

• De huurder zal op zijn kost moeten onderhouden de guninger Brugge. Ook zal hij van aan deze brug tot aan de molen behoorelijck moeten doen diepen ende ruijmen de Velpe. In cas van eenigh Beleij, hetzij van de Tolkamer of aan de pegel aan sluis of anders, zal de zelfde Leijboete moeten betaelen sonder cortsel aen sijne huere.

De Gunningenbrug stondop de Velp aan de Oude Aarschotsebaan die thans verdwenen is.

 Zonder kortsel aan zijn huurpenningen zal hij jaarlijks moeten betalen aan Mijnheer Eijnatten tot Leuven dertien halsteren, aan de Pastorie van Wever negen halsteren, aan de Heilige Geest van Opvelp zes halsteren en aan de Pastorie van Sint-Peeters Vissenaken twee halsteren koren. Dit maakt in het geheel dertig halsteren koren. De huurder zal hiervan de quittantie moeten inbrengen, elk jaar precies wanneer hij zijn leste paijement huere zal komen te betalen binnen Diest aan Sieur Aegidius Franciscus Cornelis, welcke drij maenden moeten betaelt worden, de hellicht als voor dit ende d’ander hellight tot Brussel aen Sieur Joannes De Vuijst.

• Zonder kortsel zal de huurder den stalle ende andere huijsinge gepleckt met leem van den ondersten Rijchel nederwaerts moeten onderhouden. Alsoo de stroijdaecken in staet sijn, soo sal hij in plaets van walmen eens op desen termijn, en dat zo haast hij de molen zal aanvaarden, moeten betalen de som van vijf en twintig guldens eens.

• Als er enige reparatien aan de molen nodig zijn, excederende de vier guldens, zal de huurder iemand van de verhuurders moeten adverteren.

• Mocht het gebeuren dat de verhuurders in gebreke bleven van zodanige reparatien te doen, zo zal de huurder dezelfde mogen doen.

• Elk jaar zal de huurder in de boomgaard moeten planten en doen greffien drie appelbomen. Op de kant van de Velpe zal hij doen zetten, daar waar het meest nodig zal zijn, drij abeele poeten (= stek, scheut van een abeel).

• De huurder zal gehouden zijn om alle jaren het gras te maaien, staande op de Velpkant van aan de Guninger Brugge tot aen de molen, en dat vijf voeten d’erffgenaemen innewaerts daeraen palende.

• De huurder wordt expresselijck verboden dat hij het Bakhuis, annex aan de molen, door iemand anders zou laten gebruiken. Bij een ongeval (tgene godt behoede), zal de huurder de schade moeten vergoeden.

• Mocht het gebeuren dat den molder moest stilliggen, wanneer de verhuurders de molen repareren, krijgt hij een korting van één gulden per dag.

• De huurder zal ten contentemente van de verhuurders aanstonds na het sluiten van deze conditien moeten stellen goede en suffisante borghe die wesen sal als principaelen huerder ende moeten renuntiëren aen alle exceptien, beneficien ende privilegien, de borghtouchte eenighsints te contrarien, enz.

• Wie geen borghe kan bekomen, zal men deze molen aanstonds ander werff verhueren. Wat dezelfde minder komt te gelden, zal men dezer mindergeldinge verhaelen op al sulcken huerders persoon en goederen bij reële en parate executie. Ingeval hoger verhuurd wordt, zal dit wezen tot profijt van de verhuurders alleen.

• Als iemand kwam te hoogen, bieden oft meijnen, die de verhuurders insuffisant achten te wezen, zal men zulken mogen weigeren zonder enige redenen.

In cas van duijsterhijt oft het eerst meijnen ende lest hoogen, bijzonderlijk bij het uitgaan van de brandende kaars, bij de omstaanders niet kunnende beslicht worden, zal men deze molen zonder contradictie van iemand, zo dikwijls mogen herroepen en de kaars herontsteken, tot dat dit dispuet sal wesen gedetermineert.

• De huurder zal voor hij de molen met zijn toebehoorten aanvaardt, aan de tegenwoordige molder moeten opleggen en betalen in wisselgeld de molioratie bij hem gedaan aan de Roerende Werken gelijk de molenslagers zulks zullen komen te tauxeren.

• De huurder zal elk jaar een rente van veertien guldens betalen onder kwitantie aan de representanten van Sieur Gilis Cornelis, wat hem korten zal aan zijn jaarlijkse huur.

• De huurder zal elk jaar een rente van twintig guldens betalen aan Sieur Joannes De Vuijst tot Brussel, die hij is trekkende op de molen van de representanten van Bartholomeus Cornelis onder quittantie het geene hem corten sal sijne jaerlijcksche huere somme.

• Ook is g’ordonneert voor spellegelt op deze termijn eens tien pistolen, makende honderd vijf guldens courant, hetgeen de huurder zal moeten betalen promptelijck naer Branden der kersse sonder corten aen de  huursomme.

Allen ontgelden over dese eerhueringe te gerijsen als van het schrijven en doen plecken der Biletten met hunne segels, belgelt, conditie gelt metten segel, Lijfcoop bannen ende Branden van de kersse als alle andere, zal de huurder instantelijk moeten voldoen en betalen. Bovendien aen den slaghhebber voor sijne vromigheijt de som van zes guldens eens en ditto alles zonder enig kortsel aan de huur. Tot Lijfkoop (= drinkgeld) is geordonneerd een half ton biers. Ingeval daar meer verdronken wordt, zal ieder voor sijn gelach staan.

Tot conditie geordonneerd drie pattakons, zal de huurder op zijn kost aan de verhuurders moeten leveren Copije deser Conditie.

Finalijk tot reëlder achtervolging van hetgene voorschreven staat, zo hebben de huurder en zijn Borg onwederroepelijk geconstitueerd, gelijk zij constitueren bij dezen, de eerzame Nomen … en alle toonders van deze of kopij authentiek om te comparerern, zo in de Souverijne Raad van Brabant voor de heren schepenen  van deze stad Diest, schepenen van Kumtich als elders, daar het de geconstitueerde gelieven zal en aldaar hun constituanten in het onderhouden van de gehele inhoud van deze naar zijn vorm en teneur vrijwillig laten zien en horen condemneren, en in de kosten ongedaagd gelovende etcetera, alles op verband en renuntiatie als naar recht.

• Item is gecondioneerd onder condemnatie voluntair als voor, dat men alle redelijke geboden zal mogen aantekenen, zonder nochtans daar voor den handtslagh te moeten geven. Dies sal men bieder connen ende moegen bedwingen om den bieder naermaels den voorschreven moelen aen te nemen, voor zijn gedaan gebod en op deze conditie.

Achteraan staat in het kort: Conditien van de molen van Dalem onder Sint Peeters Visnaecken.

Mobiele versie afsluiten