Net als in Leuven wil de stad Tienen een aantal Tiense straatnamen ook in het Tiense dialect op de bordjes aanbrengen. Dit voorstel zal in twee fasen gebeuren. Een eerste selectie straatnamen hebben betrekking op de handelskern. Daarna zou een tweede selectie volgen. Ik geef wat uitleg bij de namen.

Eerste selectie.

1. Oude Vestenstraat wordt op het bord Véssestràkke. Vesse is een vervorming uit Veste. Sommige mensen spreken deze naam in het Nederlands uit als Vissestraatje. Om bepaalde klanken correct in het Tiens te kunnen uitspreken, maken we gebruik van accenten, zoals é tegenover è.

2. De Leuvensestraat wordt in het Tiens Luivesestrowet . In oude boeken van Leon Rubbens lezen we ook Luivenèssestrowet. Deze uitspraak heb ik nooit gehoord. Straat kan men in het dialect ook schrijven als stroët, maar strowet lijkt mij eenvoudiger voor wie geen Tiens kent.

3. Grote Markt wordt Groewete Mèt. De oude benaming vóór 1635 was Den Dries. Het plein aan de cinema Vox (nu Salto) wordt Schopemèt, te vergelijken met de Schapenbrug aan de Mene. Heel lang geleden liep de Mene in het begin van de huidige Peperstraat verder achter het Stadhuis.

4. Peperstraat wordt Peëperstrowet. Vóór de bouw van een klooster voor de Minderbroeders liep de Peperstraat tot aan het huidige Torsinplein.        

5. Minderbroedersstraat wordt in het dialect Kazèèremestrowet, genoemd naar de  verdwenen Kazerne. De huidige Menegaard herinnert aan een groot terrein waar twee aftakkingen van de Mene liepen. Op het einde van de 19de eeuw werd de Mene afgeleid naar de Gete.

6. Torsinplein wordt Véssemèt, genoemd naar de oude benaming Vissemarkt, die sommige mensen nog gebruiken.

7. Lombardstraat, in het dialect Loembadstrowet, heette voorheen Bokstraat.

8. Beauduinstraat, zo genoemd naar burgemeester Victor Beauduin, was in de Middeleeuwen een lange straat die liep tot aan de Dries, nu Grote Markt. Vandaar de nog bekende naam Langestrowet.

9. Veemarkt wordt Koeimèt. In vroeger tijden stond er een Halle op het hoogste gedeelte. Hierdoor kende deze markt verschillende open ruimtes met aparte benamingen zoals Appelmarkt, Fruitmarkt, Kaasmarkt, Bessem-markt, Vismarkt, Potmarkt, Botermarkt, Kalvermarkt. Vanaf het begin van de 18de eeuw werden er koeien verkocht. Rond 1720 ontstond de benaming  Koeimarkt, nu nog de volkse benaming voor het hele plein na de afbraak van de Halle.

10. Wolmarkt wordt Wolmèt. Deze naam komt al voor in de 15de eeuw. Een volkse benaming is Baronnekesbèèreg, genoemd naar Baron de la Viefville. Hij was de bezitter van de huizen nummer 19 en 21. Aan de linkerzijde van de Wolmarkt stond een kerkhofmuur. De muur werd afgebroken rond 1790. Karel Verlat bouwde er na veel ruzie een rij huizen, zodat de straat breder werd.

11. Grote Bergstraat wordt Lange Bèèreg.

12. Hennemarkt wordt d’Innemèt. Het was voorheen een deel van de Langestraat.

13. Nieuwstraat wordt Niefstrowet. Al in 1528 woonden hier gareel-makers. Vandaar de naam Gareelmakerijstraat. Op 2 april 1705, om 11 uur ’s avonds, brandden 30 huizen in de Gareelmakerijstraat af. Na de wederopbouw ontstond de naam Nieuwstraat.

14. Spiegelstraat wordt Spiegelstràkke, genoemd naar de Grote en de Kleine Spiegel.

15. Kalkmarkt wordt Kalkmèt.

16. Gilainstraat wordt Kabbaikstrowet, genoemd naar het Klooster van Kabbeek. De naam komt al voor in 1285. De straat werd daarna officieel Rue de Diest en in 1905 Rue Gilain, genoemd naar de mijningenieur Jacques Gilain (1856-1905).

17. Trapstraat wordt Groewete Treppelkes.

18. Vrijthofstraat wordt Klèèn Treppelkes.

19. Kleine Bergstraat wordt Bèèregstràkke.

20. Oude Kleerkopersstraat wordt Aa Kliërkoepersstrowet.

Tweede selectie.

1. Albertvest heette in de volksmond Kanonvéste (1897), genoemd naar het Kanonhuis of officieel de Rijschool.

2. Bostsestraat wordt Bossestrowet.

3. Eeuwfeeststraat vervangt sedert 1933 de Ketelstraat, uit ouder Keutelstraat. Genoemd naar keutels van paarden en schapen, bewaard in de volksmond als Kaitelstràkke.

4. Huidevettersstraat wordt ’t Pearewàtter.

5. Kapucijnenstraat wordt Azéénstràkke, genoemd naar de Azijnbrouwerij Vollen.

6. Kliniekstraat wordt Wollevestràkke. De oude benaming was Wolven-straat. De naam is ook bewaard als Wolvenpad in de reeks appartementen waar het Lyceum stond.

7. Kortestraat wordt Keësstràkke, genoemd naar de Kaaswinkel van Keëskatrinke op de hoek van de Kortestraat richting stad.

8. Leopoldvest wordt Gaasvéste, genoemd naar de ketels van stadsgas.

9. Liefdestraat wordt Minnestràkke. De oude naam was Minnenstraat.

10. Ooievaarstraat wordt Labèkkestràkke, genoemd naar de inwoner Lebegge op de hoek van de straat aan de Kalkmarkt.

11. Oude Leuvensestraat wordt Aa strowet. Vroeger ging men via Breisem naar Leuven. Na de aanleg van de Nieuwe Leuvensepoort werd de Leuvensestraat doorgetrokken naar deze poort.

12. Paardenbrugstraat wordt Vetterie, de oude naam van een leerlooierij.

13. Raeymaeckersvest wordt Schoulvéste. Genoemd naar de verdwenen Gemeentescholen 5 en 6.

14. Reizigersstraat wordt Builestrowet. De straat leidde naar het huis van de beul die woonde aan het Schip.

15. Rijschoolstraat wordt Manègestràkke, genoemd naar de nog bestaande Manège.

16. Sint-Katharinastraat wordt Strontstràkke. Dit betekent “straatje van niemendal”. Strontstraatje was in 1828 en later de officiële naam. Voorheen heette het Bakeleinstraat, genoemd naar een verdwenen beekje.

17. Sliksteenvest heet in de volksmond ’t Sabooike, genoemd naar de Villa Sliksteen waar de familie Saboo woonde.

18. Viaductstraat wordt Bougbrugstrowet, de vroegere benaming.

19. Vinckenboschvest wordt Engevéste, genoemd naar de aanwezigheid van eenden.

20. Violetstraat wordt Bordiëlstràkke. De oude naam was Bordeelstraat.

21. Zijdelingsestraat heet in de volksmond Achter de Stoase.

22. Nieuwe-Brugstraat wordt De Zaatkist, genoemd naar het sluis-gebouw, dat de vorm van een zoutkistje heeft.

23. Vierde-Lansierslaan wordt Stoasestrowet, de straat naar het Station.

24. Kerkstraat in Grimde wordt Poefstrowet. De arbeiders mochten geld lenen in de suikerfabriek om een huis te kopen.

25. Potterijstraat: Pàttekesstrowet. Genoemd naar een pottenbakkerij.

BIBLIOGRAFIE

Janssens, Marcel. De Tiense toal ès saaîkerzuujt: Tiens lexicon. Tienen, 1992.

Kempeneers, Paul. Tienen en het Tiens. In: Aren lezen aan de Gete. Tienen, 1975, p. 79-92.

Kempeneers, Paul. Reddelen onder de boompjes. Tienen, 1976.

Kempeneers, Paul. Thuis in Thienen. 3 delen. Tienen, 1999.

Kempeneers, Paul. Tiens en Hoegaards Idioticon. Tienen-Hoegaarden, 2004.

Kempeneers, Paul. Woordenboek van Tiense Plaatsnamen. Tienen, 2013.

Rubbens, Leon. Pikke Stijkès. De Gramoetse van nen Tinse Kwèèker. Tienen, 2de uitgave, 1979.

Rubbens, Leon. Kollebillekes. As Pikke Stijkès vertélt. Tienen, 2de uitgave, 1980.

Rubbens, Leon. Bompa. As Pikke Stijkès vertélt. Tienen, 1ste uitgave, 1980.

Swillen, André. Wélle klappe Tins: ’n speise và diksionèèr. Tienen, 2001.