Hubert Vanden Bempde was Tafelmeester van Hoegaarden. In zijn verhuurboek, dat bewaard wordt in de pastorie van Hoegaarden, registreerde hij betalingen tussen 1736 en 1741 op folio’s 1 tot 155. Folio’s 156 tot 163 verso bevatten een alfabetische index op voornamen, zoals Anthoen, Bertel, Carlo en Guilliam. Onder de letter D worden ook namen vermeld die beginnen met “de weduwe” en “d’erffgenaemen”. Raar is ook “P.P.”, afkorting van de Paters Bogaarden bij de P, en ten slotte “Madame” bij de letter M. Folio’s 164-165 bevatten losse rekeningen van 1739 tot 1741, gevolgd door enkele korte aantekeningen.

Het verhuurboek documenteert betalingen door inwoners voor het gebruik van land, beemden, boomgaarden of huizen die toebehoorden aan de Tafel van de Heilige Geest, de historische voorloper van het huidige OCMW. Voor mijn samenvatting heb ik de familienamen alfabetisch gerangschikt, waarbij soms meerdere familienamen op één folio voorkomen.

De beschrijving van de verhuurde percelen bevat beknopt informatie over de “regenoten” (grensburen) en de betaalde sommen. Bijvoorbeeld: Thomas Lauwaerts, procureur van den Raede van Brabant, betaalde namens de weduwe Jan Leemans voor een afgescheiden deel van een half dagmaal land, inclusief een huis en hof. Dit perceel lag naast de pastorie, het erf van Joannes de Laidt en de vroente. De jaarlijkse betaling bestond uit drie halsters koren en drie halsters tarwe, aangevuld met 30 stuivers. Dit bedrag werd voldaan door Mattheu Bordoux.

Thomas Lauwaerts procureur van den Raede van Brabant te vorens de weduwe Jan Leemans van t’wedergedeelte van t’voorschreven half daghmael, wesende oock huijs en hoff, gelegen soo voren Regenoten de pastorije, Joannes de Laidt, de vroente iaerlijcx – iij halsters corens, iij halsters terwe. Dico 30 stuijvers. Nota wort betaelt door Mattheu Bordoux.

In mijn samenvatting heb ik de namen van regenoten en betaalde bedragen weggelaten. Voor meer informatie over de genoemde toponiemen verwijs ik naar mijn boek “Hoegaardse Plaatsnamen” (Tienen-Leuven, 1985).


Alfabetische index:

• Jaecq Armegast van een half daghmael landts gelegen in den volcaert (f. 36).

• Jean Bastingh van huijs en hoff genaempt den olebempt groot drij veerdel tot hautem gelegen (f. 119).

• D’erffgenaemen Peeter Beckers van een veerdel landts eertijdts weijngaert, gelegen op de steenhuijt (f. 103). Idem als vorens, met d’erffgenaemen Everaerts van Lxvj roeijen en het derde paert van een roeij  bosch, op nermbosch, gelegen op den wegh van nerm naer hautem (f. 104).

• Guilliam Beetens met Jan Beetens van huijs en hoff gelegen op de beke (f. 49).

• Lambert Swelden met Thomas Bockhem ijder de hellight van een block daer een huijs heeft opgestaen, groot een half bonder gelegen in mulcomdel (f. 99).

• P.P. Bogaerden tot cleijn overlaer van t steenen huijs eertijdts een poorte gestaen in het districht van t’clooster (f. 13). De selve P.P. van een half bonder bempt gelegen tot overlaer (f. 14). De selve P.P. op den selven voorschreven bempt, door legaet van Hendrick Raemaeckers gemaeckt aen de tafel alhier (f. 15). De selve P.P. voorschreven van eenen bempt ofte boomgaert gelegen tot overlaer (f. 16). De selve P.P. voorschreven van eene plecke landts gelegen in t’dal tot rommesom (f. 17).

• De weduwe Hendrick Bormans van iij veerdel landts gelegen op de donckelstraet (f. 26). Idem voorschreven van xxx roeijen landts gelegen in t’diefpedeken (f. 27).

 • Anthoen Boniau met Jan Van Ex van een block groot onderhalf daghmael gelegen alhier op die beke (f. 28).

• Mattheu Bordoux (Bourdoux) te vorens Jan Leemans van huijs en hoff gelegen tot nerm op de beke (f. 6). Idem te vorens als voor, van een derdel van een bonder bosch op nermbosch (f. 7). Idem en Everaerdt Swelden van Lxxxv roeijen landts, gelegen in den keijenbergh (f. 25).

• Jan Bueckens met Peeter Geerts van huijs en hoff ende eenen winhoff daer aen gelegen toebehoorende Peeter voorschreven, gelegen op de beke (f. 18).

• Lambert Groetaers, de weduwe Caversons ende Hendrick Schoensetters met sijnen broeder Colas, van een block daer eertijdts een huijs heeft opgestaen, groot een half bonder gelegen tot cleijn overlaer (f. 132).

• De weduwe Guilliam De Quin met Peeter Caversons van hennen huijse ende hoffve gelegen inde doelstraet groet een half daghmael (f. 34).

• Madame Chaltein (Chailtein) van een block gelegen tot hauthem daer een huijs placht op te staen genaempt de willemsbon (f. 96). Idem van een daghmael landts, gelegen tot aelst (f. 111). Idem van een daghmael landts gelegen in den grooten bergh (f. 134).

• Arnoldus Coenegras van een daghmael landts gelegen in t’ mellaerts veldt (f. 77). Idem van xxxx roeijen landts eertijts weijngaert, gelegen in de cluijs (f. 79). Idem van huijs en hoff tot elst gelegen (f. 126).

• Carlo Coenen tot meldert, met jouffrouw Vander Linden tot loven pro, Mariken Vinx ende Goort Finools, van een block groot drij daghmaelen daer eertijdts een huijs placht op te staen, gelegen tot hauthem bij de cappelle (f. 124).

• Gilis Cornelis (f. 164 verso).

• Joris Cornelis van de hellight van Lx roeijen landts, gelegen in de spimdelle (f. 22). Idem met Martin Druot van xxx roeijen landts, gelegen in de spimdelle (f. 23). Idem met Martin Druot van iij veerdel lants gelegen in de spimdelle (f. 24). Idem onderhalf daghmael landts gelegen in de overlaere delle (f. 152).

• Paul Cornelis bij coop van een plecke landts daer een huijs heeft opgestaen, eertijdts gecompteert aen heer Gijlis pastoir tot overlaer, gelegen tot aelst groot een daghmael (f. 107). Jacq Fredrickx tot binckom, de weduwe Joannes Leemans modo Jacobus Swelden ende Paul Cornelis van ontrent de ix daghmaelen lants gelegen tot caubergh (f. 112).

• De weduwe Christiaen Cure van xiiij roeijen landts gelegen int’ fossel (f. 128).

• Servaes Sweerts met Jan Damsin van hennen huijs en hoffve gelegen tot steenbergen (f. 67).

• Paul Damsin een daghmael landts gelegen op den kevelaerenbergh (f. 151 verso). Idem een daghmael landts gelegen op den hoogh cauter (f. 151 verso – 152).

• Sacreas Dannauw van een daghmael landts gelegen op die paenhuijsbeke (f. 31).

• Jan Baptist De Kinder van een half daghmael landts gelegen in t’diefpedeken (f. 42). Paul Vervoux modo Jan Baptist De Kinder van xxv roeijen landts gelegen in den groeninck (f. 127).

• Jaecq De Laidt van een block gelegen bij de beke groot een daghmael (f. 71).

• Paschasius Demolin van huijs en hoff gelegen op de doelstraet (f. 64). De abdije van Parck van hennen molen met het sluijshoffken daer bij gelegen tot steenberge, nota wordt betaelt door sieur Demolin (f. 76). Idem een half bonder landts gelegen op de tommestraet (f. 152 verso). Idem een bonder landts gelegen achter t’eijckxken (f. 154 verso).

• De weduwe Guilliam De Quin met Peeter Caversons van hennen huijse ende hoffve gelegen inde doelstraet groet een half daghmael (f. 34). Idem voorschreven van xxv roeijen landts gelegen in den groeninck (f. 35).

• Octavianus Desant van huijs en hoff gelegen in de plaetse (f. 29).

• Niclaes De Thier van xxiij roeijen landts gelegen tot aelst op de hooghbeke (f. 84).

• Servaes De Welde (f. 164 verso).

• Jan D’Otermont van drij veerdel landts gelegen bij overlaerenbosch (f. 9).

• Joris Cornelis met Martin Druot van xxx roeijen landts, gelegen in de spimdelle (f. 23). Idem met Martin Druot van iij veerdel lants gelegen in de spimdelle (f. 24).

• Everard Dumon(t) van een daghmael landts gelegen op de nermhaegh (f. 118). Idem van eenen weijngaert besloten in eenen boomgaert voortijdts groot x roeijen, gelegen tot hautem, daer eertijdts de tafelschuere placht op te staen (f. 122).

• Francis Dumont, met Jan Baptist Van Ham, van hennen huijse en hoff gelegen tot aelst, groot onderhalf daghmael (f. 89).

• Carlo Coenen tot meldert, met jouffrouw Vander Linden tot loven pro, Mariken Vinx, ende Goort Finools, van een block groot drij daghmaelen daer eertijdts een huijs placht op te staen, gelegen tot hauthem bij de cappelle (f. 124).

• Niclaes Everaerdts van Lxi roeijen bosch en een derdeel van een roeij lants, gelegen op nermbosch op den wegh van nerm naer hauthem (f. 145).

• Hendrick Finools van huijs en hoff gelegen tot nerm (f. 30). Hendrick Finools, Jan Van Parijs, Niclaes Van Ex van eenen boomgaert ende landt daer een huijs placht op te staen, gelegen tot aelst (f. 85).

• Sieur Hennebel tot vertrijck, met Theodoir  Francqlemont tot sluijsen, van hennen huijse ende hoffve, gelegen bij de cappelle sluijsen (f. 114).

• Jacq Fredrickx tot binckom, de weduwe Joannes Leemans modo Jacobus Swelden ende Paul Cornelis van ontrent de ix daghmaelen lants gelegen tot caubergh (f. 112).

• Goort Geerts tot autgaerden van een plecke landts, gelegen achter autgaerden naer jans geest lijdende (f. 51).

• De weduwe Jan Geerts van onderhalf daghmael landts, gelegen achter hautem op de herrebaen, die sijde naer hoxem (f. 148).

• Joris Geerts onderhalff daghmael (f. 164).

• Jan Bueckens met Peeter Geerts (Geerdts) van huijs en hoff ende eenen winhoff daer aen gelegen toebehoorende Peeter voorschreven, gelegen op de beke (f. 18). Peeter Geerdts van drij veerdel block daer een huijs placht op te staen, gelegen tot hauthem (f. 75). De weduwe Marcelis Geerts modo Peeter Geerts met d’erffgenaemen Goosen Swelden, door legaet van heer Peeter Van Goidtsnoven van sekeren grondt gelegen tot nerm (f. 102).

• De weduwe Guilliam Gijlis tot thienen van een half daghmael landts gelegen op den cop tamelaer (f. 113).

• Melchior Gose van xxx roeijen landts gelegen in de mulcomdelle (f. 98).

• Leonaert Groenendael met Jan Vanderstraeten van een block daer een huijs op staet tot cleijn overlaer gelegen (f. 45).

• Lambert Groetaerts op een besloten blocken gelegen tusschen hougarden ende nerm (f. 21). Lambert Groetaers, de weduwe Caversons ende Hendrick Schoensetters met sijnen broeder Colas, van een block daer eertijdts een huijs heeft opgestaen, groot een half bonder, gelegen tot cleijn overlaer (f. 132).

• Joannes Hans, Paul Vanderstraeten, en Everaerdt Swelden, van huijs en hoff gelegen tot aelst (f. 105).

• Sieur Hennebel tot vertrijck, met Theodoir  Francqlemont tot sluijsen, van hennen huijse ende hoffve, gelegen bij de cappelle sluijsen (f. 114).

• De weduwe Joannes Leemans modo Jacobus Swelden met Peeter Hermans ende Joanna Sweerts van een half bonder block gelegen tot nerm (f. 101).

Hofmans smet tot thienen van een daghmael landts gelegen in t’diefpedeken (f. 48).

• Lambrecht Huijbens een daghmael xxxvij roeijen landts gelegen bij hauthem (f. 152 verso).

• De weduwe Guilliam Jadoel van huijs en hoff in de plaetse gelegen (f. 74).

• Hendrick De Kinder ende Margarita De Kinder modo Janssens cheruseijn (= chirurgijn) van eenen hoff landt en boomgaerts eertijdts daer een huijs placht op te staen, gelegen tot mulcom (f. 65).

• Jan Janssens van huijs en hoff genaempt den prins van Luijck, alhier in de plaetse (f. 41).

• Peeter Janssens tot nerm van huijs en hoff (f. 92). Idem onderhalf daghmael (f. 164). Idem onderhalf daghmael landts gelegen op de schoorstraet (f. 150 verso).

• Lambert La Bouns van onderhalf daghmael landts daer eertijdts een huijs placht op te staen gelegen tot nerm (f. 83). Lambair La Bouns van een half bonder en xxxvj roeijen landts, gelegen tot cauberge (f. 141).

• Den heere president Landeloos tot loven van een bonder lants gelegen op t’hutvelt (f. 110).

• Thomas Lauwaerts procureur van den Raede van Brabant te vorens de weduwe Jan Leemans van t’wedergedeelte van t’voorschreven half daghmael wesende oock huijs en hoff gelegen soo voren (f. 2). Den selven van xxxiij roeijen landts gelegen in mulcomdel (f. 3).

• Hubert Le Begge pro t clooster s’hertogendael van eenen grondt daer een huijs placht op te staen, gelegen tot elst (f. 62).

• Anthoen Le Brasseur drij daghmaelen landts gelegen in de blije (f. 151).

• Guilliam Loos van een daghmael block daer eertijdts een huijs heeft opgestaen, gelegen tot hauthem (f. 103).

• Guiliam Mertens van huijs gelegen tot aelst over t’cappelleken, groot ontrent een daghmael (f. 106).

• D’erffgenaemen meester Hendrick Mertens tot loven van xx roeijen landts, gelegen in den groeninck tot mulcom (f. 137).

• Gijlis Mourraux te vorens Jan Taverniers van eenen hoff daer  een huijs placht op te staen genaempt t’rotthem tot hautem gelegen (f. 120). Idem van xxv roeijen landts gelegen tot hautem, genaempt de middelste laege der weijngaerden (f. 121).

• Guilliam Nijs tot cleijn overlaer, door legaet van Tossijn Van Osmael, op een block gelegen tot overlaer, genaempt t moleneijser (f. 149).

• Joncker Schot van eenen bempt gelegen tot elst, nota wordt betaelt door Jaecq Nijs f. 66). De weduwe Jaecq Nijs van een daghmael landts gelegen in t’diefpedeken (f. 82). De weduwe Jaecq Nijs van een half daghmael landts, gelegen in t’diefpedeken (f. 138).

• De weduwe Gijlis Bocca modo Hendrick Orbaen van eene plecke landts gelegen in de blij (f. 70).

• De abdije van Parck, met Servaes Sweerts ende de weduwe Hendrick Sweerts, van eene plecke landts, onbegrepen der mate, gelegen in t’block achter t’huijs tot steenbergen (f. 81).

• Bertel Peeters met Anna Peeters tot loven van xxx roeijen landts, gelegen in t’diefpedeken (f. 38).

• Bertel Peeters van huijs en hoff gelegen op de calverstraet (f. 37). Idem met Anna Peeters tot loven van xxx roeijen landts, gelegen in t’diefpedeken (f. 38).

• Jan Vanden Bempt met Jan Peeters van een half daghmael landts, gelegen tot aelst in den langen hoff (f. 87).

• Mitchi Peeters van onderhalf daghmael hoff ende landt, gelegen tot aelst (f. 140).

• Carlo Pletinx een daghmael block gelegateert  door Catalijn Backers, gelegen tot elst (f. 153 verso).

• Hendrick Preuveneers tot elst van xxx roeijen landts en hoff gelegen in en achter sijnen hoff tot elst (f. 68).

• Servaes Preuveneers tot hoxem een daghmael landts gelegen tot hoxem en gelegateert door jouffrouw Margarita Vanderlinden aen de tafel hougarden (f. 154).

• Den heere Doctoor Rega tot loven van huijs en hoff alhier gelegen op de beke (f. 63). Idem ende Willem Weijnrockx van een half bonder landts, gelegen op den aelschen cruijswegh (f. 115).

• Iaecq Reloux te vorens Merten Reloux van een plecksken landt gelegen in den caetspoel groot xxv roeijen (f. 146). Jaecq Reloux, Sijmon Goidts, en d’erffgenaemen Niclaes Everaerts, van een derdendeel van een bonder bosch, gelegen op nermbosch (f. 147).

• Godtgaff Saelmaeckers een hoffken gelegen op die beke (f. 153 verso).

• Sacreas Saelmaeckers van een block tot elst gelegen (f. 50).

• Paul Saelmakers tot autgaerden van een half bonder block, gelegen tot schoor (f. 33).

• Guilliam Schepers van eenen hoff daer een huijs placht op te staen, gelegen in de plaetse alhier (f. 57). Idem van eenen bempt eertijdts vijver gelegen tot steenbergen (f. 58). Idem van een daghmael landts gelegen op den wegh van steenbergen naer rommesom (f. 59). Idem bij de successie van t’legaet van d’erffgenaemen Merten Mertens (f. 60). Idem van vij veerdel landts, gelegen in t’hougaerts velt (f. 61).

• Aerdt Schoelmeesters van een plecken landt eertijdts boemgaert gelegen tot de kerck overlaer (f. 69).

• Hendrick Schoelmeesters van een half bonder soo landt als bempt gelegen in de cluijse (f. 8).

• Lambert Groetaers, de weduwe Caversons ende Hendrick Schoensetters met sijnen broeder Colas, van een block daer eertijdts een huijs heeft opgestaen, groot een half bonder, gelegen tot cleijn overlaer (f. 132). Hendrick De Kinder, met Hendrick Schoensetters van eenen boomgaert ende landt, gelegen tot cauberge daer een huijs placht op te staen (f. 139). Hendrick Schoonsetters onderhalf daghmael landts gelegen soo voren (f. 150 verso).

• Hubert Schoensetters voor Jan Schoensetters van een daghmael landts, genaempt puttekens landts, gelegen achter t’cocxhoffken (f. 46).

• Hendrick Schricx (Scrix) met Bernaerdt Vandermolen van hennen huijse en hoffve groot ontrent Lxxx roeijen ijder, gelegen alhier inde plaetse (f. 19). Idem van een hoffken beneden den voorschreven huijs en hove (f. 20).

• Hendrick Smets van huijs en hoff gelegen tot nerm, groot een half daghmael (f. 91).

• D’erffgenaemen Stockmans van een half bonder bempt gelegen in de Cluijse (f. 10). Idem van eenen onbebauden grondt gelegen alhier in de plaetse genaempt Barens huijs met appendentien (f. 11).

• Guilliam Stockmans van xx roeijen landts eertijts weijngaert, gelegen in den grooten bergh tot aelst (f. 90).

• Hubert Vanden Bempt, Joseph Vanden Bempt ende die weduwe Jan Stockmans, ijder een derdel deel van een bounder landts, gelegen op den cop tamelaer (f. 97).

• De weduwe Jan Stockmans bij coop van d’erffgenaemen Paulus Pauli van een half bonder landts gelegen in de spimdelle (f. 131).

• Merten Stockmans van huijs en hoff alhier gelegen in de plaetse (f. 12).

• Jan Strijckmans van huijs alhier in de plaetse gelegen op den bergh (f. 39).

• De abdije van Parck, met Servaes Sweerts ende de weduwe Hendrick Sweerts, van eene plecke landts, onbegrepen der mate, gelegen in t’block achter t’huijs tot steenbergen (f. 81). De weduwe Hendrick Sweerts met de weduwe Albert Vanden Bempt tot hauthem van xxv roeijen landts, gelegen in t’diefpedeken (f. 136).

• De weduwe Joannes Leemans modo Jacobus Swelden met Peeter Hermans ende Joanna Sweerts van een half bonder block gelegen tot nerm (f. 101).

• Servaes Sweerts met Jan Damsin van hennen huijs en hoffve gelegen tot steenbergen (f. 67). De abdije van Parck, met Servaes Sweerts ende de weduwe Hendrick Sweerts, van eene plecke landts, onbegrepen der mate, gelegen in t’block achter t’huijs tot steenbergen (f. 81).

• Mattheu Bordoux ende Everaerdt Swelden van Lxxxv roeijen landts gelegen in den keijenbergh (f. 25). Joannes Hans, Paul Vanderstraeten, en Everaerdt Swelden, van huijs en hoff gelegen tot aelst (f. 105).

• De weduwe Marcelis Geerts modo Peeter Geerts met d’erffgenaemen Goosen Swelden, door legaet van heer Peeter Van Goidtsnoven van sekeren grondt gelegen tot nerm (f. 102).

• Jacobus Swelden te vorens de weduwe Jan Leemans van een half daghmael landts eertijdts weijngaert gelegen in den groeninck (f. 4). Idem te vorens als voort van een half daghmael gelegen soo voren (f. 5). Jacobus Swelden te vorens Melchior Rega van xxij roeijen landts, gelegen in den grooten bergh tot aelst (f. 93). Idem te vorens Melchior Rega van xx roeijen landts, gelegen in den grooten bergh ontrent den cop tamelaer (f. 94). De weduwe Joannes Leemans modo Jacobus Swelden met Peeter Hermans ende Joanna Sweerts van een half bonder block gelegen tot nerm (f. 101). Jacq Fredrickx tot binckom, de weduwe Joannes Leemans modo Jacobus Swelden ende Paul Cornelis van ontrent de ix daghmaelen lants gelegen tot caubergh (f. 112). Jacobus Swelden op huijs en hoff gelegen tot nerm groot Lxx roeijen (f. 135).

• Lambert Swelden met Thomas Bockhem ijder de hellight van een block daer een huijs heeft opgestaen, groot een half bonder gelegen in mulcomdel (f. 99).

• Christiaen Taverniers van huijs en hoff gelegen op de beke (f. 47).

• Hendrick Tiets te vorens Lambert Swelden van een block gelegen op de beke (f. 80).

• Jan Trismans (f. 165 verso).

• Niclaes Tritsmans tot hoxem van onderhalf daghmael landts oft block eertijdts boomgaert gelegen tot hauthem (f. 116). Idem voorschreven met Adriaen Gienis van eenen hoff daer een huijs placht op te staen gelegen tot hoxem groot een daghmael (f. 117).

• Bartholomeus Troost van xxv roeijen landts gelegen in den caubergh (f. 142).

• De weduwe Marcelis Troost van xxxvj roeijen landts gelegen op de hooghbeke tot aelst (f. 100).

• Gaspar Van Aerschot van xxxv roeijen block gelegen aen de beke, daer een huijs placht op te staen (f. 133).

• De weduwe Albert Vanden Bempde (Vanden Bempt) (f. 165 verso). Idem een half bonder landts gelegen int’ d’oppersvelt tot hautem (f. 154 verso).

• Guilliam Vanden Bempt te vorens Mattijs Boissle van huijs en hoff op de calverstraet gelegen (f. 52).

• Hubert Vanden Bempt van xxviij roeijen landts gelegen in den keijbergh tot aelst (f. 86). Huijbrecht Vanden Bempt van Lx roeijen landts, gelegen in den groeten bergh ontrent den cop tamelaer (f. 95). Hubert Vanden Bempt, Joseph Vanden Bempt ende de weduwe Jan Stockmans, ijder een derdel deel van een bonder landts, gelegen op den cop tamelaer (f. 97).

• Jan Vanden Bempt met Jan Peeters van een half daghmael landts, gelegen tot aelst in den langen hoff (f. 87). Idem van een block en boomgaert, gelegen tot nerm (f. 88). Idem drij daghmael landts gelegen op den maij (f. 150). Idem een daghmael gelegen int diefpedeken (f. 153).

• Hubert Vanden Bempt, Joseph Vanden Bempt ende die weduwe Jan Stockmans, ijder een derdel deel van een bounder landts, gelegen op den cop tamelaer (f. 97).

• Peeter Vanden Bempt een daghmael landts gelegen int schoorveld (f. 151).

• Carlo Coenen tot meldert, met jouffrouw Vander Linden tot Loven pro, Mariken Vinx ende Goort Finools, van een block groot drij daghmaelen daer eertijdts een huijs placht op te staen, gelegen tot hauthem bij de cappelle (f. 124).

• Hendrick Schrix met Bernaerdt Vandermolen van hennen huijse en hoff groot ontrent Lxxx roeijen ijder, gelegen alhier inde plaetse (f. 19). Idem schepene van xxxx roeijen landts gelegen in den looraert (f. 53). Idem van een weijde en block, daer eertijdts een huijs heeft opgestaen, gelegen op de beke (f. 54). Idem van drij veerdel landts (f. 55). Idem pro jouffrouwe Van Heijlisem met Jan Van Ex van een half daghmael landts gelegen in t’drieslant in de spimdelle (f. 56). Idem van eenen boomgaert achter de kercke hougarden gelegen (f. 129). Idem een daghmael landt gelegen op de nermhage (f. 153).

• De weduwe Guilliam Vanderstraeten van drij daghmaelen block, gelegen tot altenaeken (f. 32).

• Leonaert Groenendael met Jan Vanderstraeten van een block daer een huijs op staet tot cleijn overlaer gelegen (f. 45).

• Joannes Hans, Paul Vanderstraeten, en Everaerdt Swelden, van huijs en hoff gelegen tot aelst (f. 105).

• Anthoen Boniau met Jan Van Ex van een block groot onderhalf daghmael gelegen alhier op die beke (f. 28). Jan Van Ex van xj roeijen landts gelegen in de spimdelle (f. 43). Bernaerdt Vandermolen voorschreven pro jouffrouw Van Heijlisem met Jan Van Ex van een half daghmael landts gelegen in t’drieslant in de spimdelle (f. 56). Jan Van Ex van xj roeijen landts gelegen in de spimdelle (f. 72). Idem als noch xj roeijen landts gelegen in de spimdelle (f. 73).

• Jan Baptist Van Ex van xj roeijen landts gelegen in de spimdel (f. 44).

• Hendrick Finools, Jan Van Parijs, Niclaes Van Ex van eenen boomgaert ende landt daer een huijs placht op te staen, gelegen tot aelst (f. 85). Niclaes Van Ex van een veerdel landts eertijdts weijngaert, gelegen op de steenhuijt (= Steenkuit) (f. 144).

• Francis Dumont, met Jan Baptist Van Ham, van hennen huijse en hoff gelegen tot aelst, groot onderhalf daghmael (f. 89).

• Jan Van Mol met Guilliam Van Mol van een daghmael landts, gelegen op t’hútvelt (f. 40). Jan Van Mol met Guilliam Van Mol van huijs en hoff gelegen tot aelst (f. 108). Jan Van Mol met Guilliam Van Mol van een hoffken, tegenover t’voorschreven huijs gelegen over de beke (f. 109).

• Jan Van Mol met Guilliam Van Mol van een daghmael landts, gelegen op t’hútvelt (f. 40). Jan Van Mol met Guilliam Van Mol van huijs en hoff gelegen tot aelst (f. 108). Jan Van Mol met Guilliam Van Mol van een hoffken, tegenover t’voorschreven huijs gelegen over de beke (f. 109).

• D’erffgenaemen Geert Van Osmael van een half daghmael landts gelegen in tamelaers veldt (f. 143).

• Hendrick Finools, Jan Van Parijs, Niclaes Van Ex van eenen boomgaert ende landt daer een huijs placht op te staen, gelegen tot aelst (f. 85).

• Dionijsius Vive tot thienen te vorens Paul Saelmakers tot autgaerden, bij successie van den pastoir van cappelle van de hellight van een bonder landts gelegen in mellaertsvelt beneden den hoogen doorne, tusschen hauthem ende meldert (f. 125).

• De weduwe Vleminx tot vertrijck van een halff daghmael uijt een half bonder landts gelegen in de weijngaerden (f. 78).

• Den Barbier Waets van een half daghmael landts gelegen in de spimdel (f. 130).

• Den heere doctoor Rega ende Willem Weijnrockx van een half bonder landts, gelegen op den aelschen cruijswegh (f. 115).


Toelichting op termen:

  1. Tafel van de Heilige Geest
    Dit was een middeleeuwse instelling die zorg droeg voor armen en behoeftigen, vergelijkbaar met het huidige OCMW (Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn). Deze tafel beheerde vaak land en eigendommen waarvan de opbrengsten werden gebruikt voor liefdadigheidsdoeleinden.
  2. Dagmaal
    Een oude oppervlaktemaat die aangeeft hoeveel land in één dag kon worden geploegd of bewerkt door een ploeg met een span dieren. De exacte grootte varieerde per regio, maar was gemiddeld ongeveer een halve hectare.
  3. Bonder
    Een oppervlaktemaat die overeenkomt met ongeveer 1 hectare (10.000 vierkante meter).
  4. Beemd
    Een stuk grasland dat meestal werd gebruikt als weiland of hooiland.
  5. Regenoten
    Dit verwijst naar de personen of eigendommen die grenzen aan het verhuurde perceel. De regenoten worden vaak vermeld om duidelijkheid te geven over de exacte ligging van het stuk grond.
  6. Halsters
    Een oude maat voor droge goederen, zoals graan. Eén halster was ongeveer gelijk aan 75-100 liter, afhankelijk van de regio.
  7. Stuivers
    Een oude munteenheid die in gebruik was in de Nederlanden. Voor de tijdsperiode van dit document was een stuiver een relatief kleine waarde-eenheid.
  8. Wedergedeelte
    Een afgescheiden deel van een groter perceel dat eerder in delen was verdeeld.
  9. Verso
    Een term die verwijst naar de achterkant van een folio (bladzijde) in een manuscript of boek. De voorkant wordt “recto” genoemd.