Iedereen heeft wel eens iets meegemaakt, dat berust op een ongelooflijk toeval! In deze nieuwe rubriek wil ik via internet iedereen oproepen om zulk fenomeen te melden. De enige voorwaarde is: het moet écht gebeurd zijn en dat moet blijken uit controleerbare details. De schrijver gaat ook akkoord, dat zijn naam bij het verhaal wordt vermeld. Is de gebeurtenis de moeite waard, dan zetten we dit verhaal op de webstek van Paul Kempeneers, zodat iedereen het kan lezen. Als eerste voorbeeld geef ik zelf een gebeurtenis, die zich voordeed in Tienen. Zo ziet de lezer wat ik bedoel met een “treffend toeval”. Als tweede voorval komt het verhaal van classicus Karel Carmeliet, dat zich afspeelde in het Sint-Janscollege van Meldert bij Hoegaarden.

1. Springer de Eekhoorn

eekhoornIn de jaren ’60 van de vorige eeuw gaf ik les in het eerste middelbaar van de Provinciale Normaalschool te Tienen, afgekort PNT. Het gebouw dat er nog staat, bevindt zich op de hoek van de Sliksteenvest en de Veldbornstraat. Aan de overzijde is later een appartementsblok van Amelincx gebouwd, maar hiervoor was het gewoon een grote tuin met bomen. Tot daar de ligging. Tijdens de les Verklarend Lezen las ik een verhaaltje voor over “Springer de Eekhoorn”. Dit kwam uit het destijds bekende boek “Dieren vreugd en leed”, geschreven door L. Dorsman Czn en Jac. Van der Klei. De eekhoorn vond in de winter zijn opgespaarde nootjes niet meer, had honger, enz. Toen werd ik plots onderbroken door een leerling die riep: “Kijk, meneer, daar zit er één”. De klas lachte natuurlijk. Op de speelplaats naast de klas stonden slechts enkele kleine bomen. En inderdaad, in een van die bomen zat een eekhoorn! Hij was overgekomen van de tuin waar nu het appartementsblok staat. Het is ongelooflijk, maar waar. In een stadsomgeving kwam een eekhoorn in een boom zitten, net op het ogenblik dat ik een stukje las over Springer de eekhoorn. Is dat geen toeval?

Dr. P. Kempeneers. Tienen, 28 augustus 2010.