Door de oorlogen en veldslagen op het einde van de 17de eeuw waren veel inwoners gevlucht uit Ezemaal, Laar en omgeving. In een aantal manuscripten uit het privé-archief van dr. H. Jacobs kon ik wat meer vernemen over de plaatselijke situatie. In 1702 vermelden de meier en schepenen dat op 16 december 1690 onsen geheelen dorpe sonder eenighe reserve door de Fransen werd afgebrand. Hierop volgden nog plunderinghe ende ravageringhen, zodat de gemeentenaren geen contributie meer konden betalen. Velen woonden in baracquen ende cleijne huijskens (MS 1179). Veel akkers werden lange tijd niet meer bebouwd en lagen er als vogelweide bij.

Vóór deze oorlogen was het in Ezemaal niet altijd peis en vree. In 1659 werd de koster Jan Van den Linden zwaar beledigd. Op 17 maart volgde een enqueste of onderzoek. Verscheidene personen werden ondervraagd (MS 1168). Sieur Niclaes Van Dionant verklaarde dat heer Jan Van Lathen bij de deponent thuis had gegeten en gedronken, en daar aan de koster zei dat hij geen man van eer was. Tegen de huisvrouw van de koster zei hij dat ze een toveres was.

Jan Swints verklaarde dat de heer pastoor op straat was roepende dat die custers vrauwe een hoere was. Anna Vander Meren, ongeveer 30 jaar oud, verklaarde ook dat zij de pastoor had horen zeggen tegen de koster, in de aanwezigheid van zijn huisvrouw, dat syne vrauwe een hoere was.

Jan Bauduwijns, dienaar dezer heerlijkheid, vertelde dat de pastoor de koster navolgde tot in de lochter oft warmoeshoff van de koster zelf. Ook de zuster van de pastoor volgde hem tot in de warmoeshof. Pastoor en zuster hielden de koster vast. Toen zag Bauduwijns dat de pastoor hem sloeg. Henrick Serron, ook ingezetene van Ezemaal, verklaarde ook gezien te hebben dat de pastoor en de koster elkaar op straat hebben geslagen. Serron zag ook dat de zuster van de pastoor mee volgde, roepende slaet hem neer, slaet hem inde mose.

Uit het jaar 1664 is een verslag bewaard van de meier die informatie verzamelde, zowel in Goetsenhoven als in Ezemaal, over den doodtslagh van Willem Stas, gevonden bij de kapel van Sint-Job (MS 1170). Hierover legde Plissis Smets op 1 december 1664 een bekentenis af. Op 3 december 1664 vroeg Sebastiaen Smets, vader van de voorschreven Plissis, dat men zou ophouden van de clock te doen slaen, vermits het toch klaar was dat zijn zoon het gedaan had.

In ”Aandrachten” vernemen we wie bijdragen moest betalen. Zo kennen we de namen van inwoners van een dorp, maar meestal gaat het telkens om één naam per gezin. In een document van 1693 vond ik ook gegevens van vrouw en kinderen (MS 1175). Pastoor, meier, schepenen en secretaris van Ezemaal deden naar eigen zeggen soodaenigh neerstigh ondersoeck als ons mogelijck is geweest van de vaste inwoners van Ezemaal. Het ging om seks, ouderdom, staet ofte conditie, ingevolge het placcaat van zijne Majesteit van 7 november 1693. Dan volgen de namen. Jammer dat alleen de bovenste helft is bewaard. Ik noteer hieronder wat bewaard is in hedendaags Nederlands.

• Sieur Jan Herij Du Bois pachter, oud 37 jaren. Juffrouw Anna Margarita Braes, zijn huisvrouw, oud 42 jaren. De kinderen Marie Catharina Van Dionant, 15 jaren. Joanna Christina Van Dionant, 16 jaren. Jean Bernarde Du Bois, 10 jaren. Franciscus Du Bois, onderhalf jaar. Knecht Peeter Thonis, 22 jaren. Jan Vanderhaeghe, oud 30 jaren. Gilliam Jacqz, oud 35 jaren, Guilliam …, meid Margarita.

• Joris Collaerts, oud omtrent 45 jaren. Martina Van Linher, zijn huisvrouw, oud omtrent 40 jaren. Kinderen Henrick Collaerts, oud 13 jaren. Joris Collarts, 11 jaren. Herman Collarts, 7 jaren. Marie Collarts, 9 jaren. Barbara Collarts, 5 jaren. Joanna Droeghmans, jonge dochter, oud 20 jaren, haer retraict hebbende bij de voorschreven Joris Collarts.

• Jan Persoons, oud 40 jaren. Barbara De Gee, zijn huisvrouw, oud 30 jaren. De kinderen Guelen Persoons, oud 18 jaren.

• Jan Van Haeghe, oud 30 jaren, handwerker. Maria Anna Van Hoebroeck, omtrent 27 jaren, zijn huisvrouw. De kinderen Ida Van Haeghe, oud 5 jaren, en Anna Catharina Van Haeghe, 3 jaren.

• Gilis Heuron, handwerker, oud 37 jaren. Zijn huisvrouw Anna Vander Linden, oud 40 jaren. Kinderen Elisabeth Heuron, oud 13 jaren. Jan Heuron, 11 jaren. Marten Heuron, 9 jaren. Anna Catharina Heuron, …

• Marten Vander[meren], …

• [Matthijs Peeters], … ende Maria Peeters, zuster van de voorschreven Matthijs, oud 30 jaren.

• Matthijs Desneux, handwerker, oud omtrent 50 jaren. Ida Gaesthiry, zijn huisvrouw, oud 48 jaren. De kinderen Anna Desneux, oud 14 jaren. Barbara Desneux, oud 8 jaren, Agnes Desneux, oud 6 jaren.

• Jan Van Loon, handwerker, oud omtrent 40 jaren. Maria Vander Meren, zijn huisvrouw, oud 36 jaren. Kinderen Anna Maria Van Loon, 14 jaren. Martina Van Loon, 12 jaren. Guilliam Van Loon, 10 jaren. Catharina Van Loon, 8 jaren. Jan Van Loon, 6 jaren.

• Jacqs Pacolet, handwerker, oud 52 jaren. Catharina Stas, zijn huisvrouw, oud 30 jaren. Kinderen Elisabeth Pacolet, oud omtrent 22 jaren. Guilliam Pacolet, oud 12 jaren. Francis Stas (sic), oud 7 jaren.

• Beatrix Wambax, weduwe Henrick Vickals, oud omtrent 60 jaren, …

Ontbrekende inwonersnamen vinden we in een ander handschrift van 1702 over Ezemaal (MS 1180). Deze tekst komt volledig overeen met de volkstelling, gepubliceerd in “De volkstelling van 1702 in oostelijk Vlaams-Brabant” (Familiekunde Vlaanderen Regio Leuven, 2014). De namen van Ezemaal staan op de bladzijden 116-117: J.H. Du Bois, Guilliam Reijnaerts, de weduwe Henrick Van Hoebroeck, Jan Van Haeght, Matthijs Peeters, Jan Persoons, Geerard De Gee, Marten Vander Meren, Jan Sesar, Gielis Herron, P.J. Brabant. Twee inwoners leefden van de Tafel van de H. Geest: Matthijs Broes en Servaes Matthijs.