Het is bekend dat dokter H. Jacobs een verzamelaar is van oude documenten. Zo bezit hij een Manuaalboek van Jan Sutrix in Aarschot, begonnen in 1637 (Manuscript 1195). Op de eerste bladzijde vinden we gegevens over familieleden. De vader van Jan Sutrix is overleden op 25 februari 1671. De moeder overleed op 19 april 1671. Nicht Willemaers overleed op 23 augustus 1680. Het manuaalboek begon na het afbranden van huijs ende hoff geleghen inde Neerstraete, op de dag van Sint-Jan in 1637. In het document vinden we ook een opsomming van huur en renten. Soms komen toponiemen voor: 1638 bosch geleghen inde foelstrate in Betecom, 1630 ontrent die blancke brugge (in Begijnendijk), 1623 op den wintmoelen binnen Aerschot.

Over Aarschot gaat ook het Manuaal boek van Susanna van Rivieren, geschreven in 1677-1693 (MS 1194). Op de eerste bladzijde staan enkele gegevens over de familie. De vader van Susanna overleed op 7 april 1678. Haar oom Joannes van Rivieren overleed op 2 april 1689. Haar broeder Henderikus van Rivieren overleed op 7 september 1693. De moeder van Susanna overleed op 27 februari 1662. Juffrouw Susanna van Rivieren was eigenares van het huis Sint-Huibrecht. Dit huis was gelegen op de hoek van de Kapucienenstraat en de Jos. Tielemansstraat. Soms komen in de beschrijvingen van de afbetalingen toponiemen voor: 1682 buyten de scaluijn poort, 1677 die bemdekens buijten die loùensse poort beneden die galge, 1680 den coeijvoet, 1678 die braecke poort, 1678 den quanselbergh geleghen buijten die boenewijck poort beneden de galge.

In Zoutleeuw verscheen op 14 juni 1743 voor notaris Opstaels Peeter Lowet, die woonde in Walsbergen (MS 1197). Dit is een gehucht van Wommersom. Lowet betaalde een rente van 100 guldens voor een beemd aan de kanunniken van het kapittel van Sint-Leonaerts. De kanunniken waren de Eerwaarde Heren Arnoldus Saenen deken, Franciscus De Bleijs, Zacharias Van Deijck, Daniel Godts, Jacobus Traetsens en Balthasar Schoonaerts. De rente diende als kwijting van een kapitaal staande op sekeren bempt, gelegen onder Heelen bij de Rommael molen regenoten de gete met eenen hoeck, Peeter Lowet te voren den meijer s’Heeren ende de haselaere beke. Als getuigen verschenen sieur Guillielmus De Boosere en Joannes Van Overstraeten. De Molen van Rommaal in Helen-Bos bij Zoutleeuw was al bekend in 1387. Hij lag aan de Kleine Gete op het einde van de Molenweg aan perceel C 169. Op de kaart van de fortificatien van Zoutleeuw van circa 1700 staat de molen nog aangeduid. Hij verdween kort daarna. Zie Kaarten en Plans in Handschrift nr. 5347 (Rijksarchief Brussel).

In een manuscript over Budingen, of verkort Bungen bij Zoutleeuw, van 24 augustus 1709, maken we kennis met de bekende familie van Alexander de Longin (MS 1198). J. Mommen, secretaris van Bunghen, verklaart ontvangen te hebben van mevrouw Marie Mechtildis de Hornes, weduwe de Longin, de cijnsklapper van de Heer van Budingen van 1698. Hij ontving eveneens een Manuaal boek, vernieuwd in 1704, een oude klapper, het cijnsboek van de Heer van Bunghen vernieuwd in 1670 en een cijnsboekje van Guilliam Strouven. Het ontvangen van die persoonlijke documenten wijzen op een heftige discussie die zich voordeed met de weduwe De Hornes. Ferdi de Longin, Heer van Budingen, woonde in Diest. Op 14 juni 1710 verscheen hij voor notaris Georgio Vreven. Hij bekende ontvangen te hebben uit handen van Maria Mechtilde de Hornes, weduwe van wijlen de Heer Alexander de Longin, boeken, brieven, privilegiën en bescheiden betreffende de heerlijkheid van Budingen. Hiermee kwam een einde aan het proces dat werd gevoerd in de Raad van Brabant tegen vrouwe de Hornes. Aldus gedaan in Diest in aanwezigheid van kanunnik Dionisius Selckaerts en de heer Gisbertus Everaets als getuigen.

Op 5 oktober 1638 gaven Wouter Bruelmans en Anna Poertmans gehuijsschen, wonende in Cortelken, aan pastoor Jan Bosschmans als heiligegeestmeester 6 vierendelen lands gelegen opt Leempoelgat regenooten den groenen wech, de erfgenamen van Vincent Binnemans, de erfgenamen van Henrick Stevens en Niclaes Van Boeckel. Het stuk werd ondertekend door B. Peeters secretaris (MS 1199). Het eerste lid van de gemeente Kortrijk-Dutsel, nu deel van Holsbeek, was in 1170 Cortecle, in 1227 Cortelke en in 1772 Cortrijck (zie Frans Debrabandere, Magda Devos, Paul Kempeneers, Victor Mennen, Hugo Ryckeboer en Ward Van Osta, in “De Vlaamse Gemeentenamen. Verklarend Woordenboek” (Leuven, 2022). De naam Kortrijk komt uit het Middeleeuws Latijn curticula, verkleinwoord van curtis “klein landgoed”. 

Bij het lezen van het Manuscript 1193 over Rillaar viel het mij op, hoeveel plaatsnamen hier werden vermeld. Het document van de jaren 1718-1733, met ook vroegere betalingen, is een extract uit het Cijnsboek van Jonker Jan Thommas Olein en bevat 57 beschreven folio’s. De landen en huizen worden telkens gesitueerd op een plaats. Op deze wijze staan in het document 127 toponiemen. Ik noem er enkele.

Namen met hoeve: Annis hoeve, Blockhove, Die Broijeijck hoeve, Buijckes hoeve, Dicter hoeve, Dijspt hoeve, Dysvelt hoeve,  Eijgels hoeve, Haexberghe hoeve, Heijer hoeve, Hermans Hoeve, Hoff bempden hoeve, Hulsterhoeùe, Lobbel Hoeve, de Lubbeker Hoeve, Neerst Lobbel Hoeve, De Parendans hoeve, Pimpelhoeve (1691), Poets Hoeve, Reijgers hoeve, Ridders hoeve, De Saet hoeve, Stelters hoeve, Storms hoeve, Varenthoeve (1682), Heer Vrancx hoeve.

Namen met beemd: De Bercter Bempden int weerde broeck, Graeven bempt, Heijer Bempden, Hulsterbempt, Langebempt, Lobbel bempt, Lubbeker Bempden, Netelbempt, Otters Bempt, De Sicheneren Bempden, De Sottine Bempden.

Bergnamen: Galgenberghe, Hackxbergh, Hassenbergh, Haesenbergh, Hermans Bergh, Lieffkenbergh, Proostbergh, Steenbergh, Willeken bergh, Ysbergh.

Broeknamen: T’Dootbroeck, Rommele Broeck, Weerde Broeck.

Veldnamen: Berctervelt, Bettervelt, Cleijvelden, Cruijvelt of Cruijsvelt, Dimmersvelt, T Grijsvelt of T Gruijsvelt, opt Hodervelt onder rillaer ende Messelbroeck, Immers velt, Meijervelt, Rillaer velt, t’Solvelt, Vranckvelt.

Straatnamen: Broeckstraet, , Colckstraete.

Waternamen: Demere, Haeterbeeck, Ossenbeeck, Winterpoel.