Geert Daenen uit Meensel is erg geïnteresseerd in de geschiedenis van Tielt en omgeving. Zo vond hij in het notarisarchief nummer 231 en 510 moeilijk leesbare gegevens. Deze gaan over de Rode Leeuw in Tielt. Ik heb deze bekende huisnaam beschreven in mijn artikel “Plaatsnamen in Tielt”, in het tijdschrift Oost-Brabant 2016, p. 1-48 en in Eigen Schoon en de Brabander 2016, p. 1-48. De tekst staat ook in het boek “Een geschiedenis van een dorp in het Hageland. Mijne groeten uit Onze-Lieve-Vrouw Tielt”, verschenen in 2017, met ook artikels van Veerle Lauwers, Rombout Nijssen, Werner Wouters en de vrijwilligers van Tielt, 399 blz.
In het notarisarchief vinden we eerst drie bladzijden geschreven door de secretaris van Thielt. Hij verklaart dat hem in tochte sijn competerende te weten als erfftochtenaer van sijne auders waer van de proprieteyt competeert aen sijne kinderen als volght. Eerst gaat het om een schoon wel gelegen huijs staende in steenen, met tichelen gedeckt, daerbij brauwerije, duijfhuijs, schuere, stallingen, schapstal rontomme in sijne wateren groot int water een half bunder genampt den roeden Lieuw.
Deze grote boerderij wordt al vermeld in 1595 als tleuken, later in 1615 als ten huijse van Gillis Placque int roet Leuweken, en in 1717 als Den Rooden Leeuw. Het was een grote afspanning met paanhuis op sectie E 153-158 aan de Stenenhuisstraat in Tielt. Rode Leeuw is een algemeen bekende huisnaam. De Rode Leeuw werd in 1648 afgebroken en in steen herbouwd (datum boven de poort). In 1685 had de eigenaar nog oncoste int bauwen van ‘t steenen huys. Zo verdween langzaam de benaming Rode Leeuw.
In het archiefstuk van 1688 volgt een opsomming van stukken land die tot de Rode Leeuw behoorden.
Een bunder bogaards met den hof daar aan gelegen.
Vijf zillen bogaards geheeten den auden hoff.
Een blok groot omtrent een half bunder opde oijstersche seyde, dus aan de oostkant.
Tien vierdel land aan het voorschreven blok opt stertgat. Stert- of Staartgat was oorspronkelijk de naam van voetpad 80 naast het Stenenhuis. Staart verwijst naar de vorm. Staartgat ging in Tielt over op het land aldaar, omgeving sectie E 139 tot E 148.
Een bunder land int hegere velt onder Fames bosch. Het Hegerveld is gelegen in de omgeving van E 133-135 tussen de Stevensstaat en de Diestsesteenweg. Heger is een persoonsnaam. Veld is de naam voor een geheel van percelen akker- en weiland, gelegen tussen hoofdwegen.
Drie zillen land opde honsove daer den careel houen heeft gestaan. Namen met “hof” komen in onze regio talrijk voor. Hons uit ouder Hoens is de genitief van de peroonsnaam Hoen, uit de Germaanse voornaam Huno. Mogelijk is ook de bijnaam Hoek ‘een dwaas kuiken’ (Wdb. Debrabandere, 613).
Zes vierdel land onder de honsoue. Honshove is de verbogen vorm van Honshof.
Tien vierdel land inde leenhage. Gelegen tussen sectie E 227 en E 237, en ook in de omgeving van E 218 naast de Horenweg. De Leenhaag is het gebied gelegen tussen de Horenweg en de Windmolenweg.
Drie zillen land int achterste velt.
Een half bunder land int middelste gamervelt. Veld in het zuidoosten van Tielt, nabij de grens met Molenbeek. Gamer is mogelijk een persoonsnaam.
Drie zillen land aenden bremberch. Hoogte in het oosten van de gemeente, een deel van de Heideberg. Benoeming naar de begroeiing met brem.
Een bunder achter een heijberch, waarvan enige goederen zijn genomen van zijn zuster. Hoogte in het zuidoosten, sectie E 352-353-354.
Huis en hof met een half bunder land aenden klynen berch aan de Kerk.
Hier volgen nog goederen bij hem geconqueteert in het huwelijk als volgt.
Twee bunder kostelijk land opt craetsvelt. Omgeving E 44 en E 60. Craets is mogelijk een bijnaam, genoemd naar Middelnederlands craet ‘het kraaien van de haan’ (DB, 281).
Een bunder land opden plettinck. Groot perceel C 374 ten zuiden van de Pastoriestraat. Pletting verwijst naar een vroegere eigenaar. Plettinck of Plaetinck is een afleiding van een Germaanse voornaam blad, met verscherping in de kindertaal: b > p en d > t, te vergelijken met namen als Blatbertus (DB, 976).
De helft van een bunder op telldervelt. Land op D 313-314 naast de Diestsesteenweg. Telder is mogelijk een bijnaam voor een teller (DB, 1197), maar kan ook proclitisch ontstaan zijn uit T’elder of D’elder. De naam gaat dan terug op de plaatsnaam Elderen (DB, 431).
Zes vierdel land aldaar van Anthoen Baens verkregen.
Een half bunder bos aent ralis. Weidegronden in de omgeving van F 480 en F 502, ten oosten en westen van het Spanzeel. Voor Ralis uit ouder 1523 raluys heb ik nog geen verklaring gevonden.
Item nog verscheidene andere goederen en vijvers.
Al deze goederen zijn niet verder belast dan met sheeren chijns en het eerste groot huis met twaalf gulden tien stuivers. Als Joannes D. Sterdiu, één der erfgenamen, geen som zou lichten tot vervolg van een proces, verklaart de ondergeschreven secretaris te consenteren inde lichtinge der penningh bij hem te becomen.
Actum den 25sten maart 1688. Testor Serúatius D. Sterdiú secretaris.
Op 29 maart 1689 compareerde voor de openbare notaris, in presentie van getuigen, Joannes D. Sterdiu, zoon van Servatius, oud omtrent de dertig jaren, om te lichten de conclusie finael, ende sijn proces door de magistraet van Thienen … tegen de regeerders oft dorp van Wever. De comparant bekent ontvangen te hebben van de Eerwaarde Heer Joannes van Weert de som van honderd gulden eens. Dit gaat om de betaling van sijn paert ende deel in huys hoff … genaempt den Roeden Leeuw, groot omtrent dertien zillen, gelegen onder Thielt, regenoten de Loúensche baen, het Hegeren velt etcetera. Hierop volgen nog een aantal goederen zoals sijn paert ende deel in acht bunderen goet gelegen onder thielt, land opt Craetvelt, land op teldere velt, een half bunder bos aent ralis, een bunder land opden plettinck waarvan Servatius D. Sterdiu tot validiteit van deze heeft gerenuntieert van zijn dochter volgens de akte van 25 maart 1688. Verder wordt nog genoemd Hendricus D. Sterdiu, de broeder van de comparant. De akte wordt voorgesteld in de presentie van Jan Smeijers en Peeter van Schoelant als getuigen. Hierop volgen de handtekeningen.
Op 26 februari 1706 verscheen voor Meester Lambertus D. Sterdiu, de Koninklijke Notaris binnen Diest, in de presentie van de getuigen, sieur Jan Baptista D. Sterdiu. Hierbij werd Jan Baptista ontslagen ende ontlast, van het huijs, brauwerije cum annexis genaempt den rooden Leeuwe tot Thilt gelegen, oúer een rente die den selúen daer op was treckende.
Reacties zijn gesloten.